Medische Encyclopedie – Apotheek Neumann – Gouda

Apotheek Neumann

Medische Encyclopedie

Inhoud

rivaroxaban

Rivaroxaban is een antistollingsmedicijn.

Artsen schrijven het voor bij trombose en om trombose of een beroerte te voorkomen, zoals bij bepaalde hartritmestoornissen of bij heupoperaties en knieoperaties, en om beroerte en hartaanval te voorkomen na een hartinfarct (hartaanval) of bij hartziekten.

Wat doet rivaroxaban en waarbij gebruik ik het?

Hartritmestoornissen

Bij de hartritmestoornis atriumfibrilleren (boezemfibrilleren, AF) trekken de boezems van het hart heel snel en onregelmatig samen. De bloeddoorstroming in het hart is dan minder goed, waardoor er een kans is dat er stolsels in het hart ontstaan. Deze stolsels kunnen vanuit het hart in de bloedvaten van de hersenen schieten en daar een beroerte veroorzaken.

Behandeling
Meestal schrijven artsen een antistollingsmedicijn voor om de kans op een beroerte te verminderen. Tot nu toe waren dat meestal de antistollingsmedicijnen acenocoumarol of fenprocoumon. De bloedstolling moet bij deze medicijnen gecontroleerd worden. Dit doet de trombosedienst door regelmatig bloed af te nemen. Bij rivaroxaban hoeft de trombosedienst niet te controleren.

Artsen kunnen rivaroxaban voorschrijven bij mensen met atriumfibrilleren met een wat grotere kans op trombose. Dit zijn mensen die eerder een TIA of beroerte hebben gehad, 75 jaar of ouder zijn, óf een hoge bloeddruk, diabetes of hartfalen hebben.

Werking
Rivaroxaban vermindert het samenklonteren van bloed. Het remt zo de vorming van bloedstolsels en vermindert de kans op afsluiting van een bloedvat.

Iedere dag gebruiken
Het lichaam maakt steeds weer nieuwe bloedcellen aan die weer kunnen samenklonteren. Daarom is het belangrijk dat u rivaroxaban elke dag inneemt. Zo remt u het ontstaan van bloedstolsels en is de kans op een beroerte kleiner.

Lees meer over hartritmestoornissen . “

Beroerte

Beroerte is een verzamelnaam voor TIA (voorbijgaande lichte beroerte), herseninfarct en hersenbloeding.
De oorzaak is een afsluiting van een bloedvat (bij een TIA of een herseninfarct) of een bloeding (bij een hersenbloeding) in de hersenen.

Oorzaak
Bij een beroerte door een herseninfarct is door een bloedstolsel een ader in de hersenen afgesloten. Hierdoor krijgt een deel van de hersenen niet voldoende zuurstof. Wanneer deze situatie te lang blijft bestaan, sterft dat deel van de hersenen af.

Voorkomen van een beroerte
Rivaroxaban wordt gebruikt om een beroerte te voorkomen. Het voorkomt de vorming van bloedstolsels, zodat niet zo snel opnieuw een bloedvat verstopt kan raken. Van de werking van rivaroxaban voelt u zelf niets.

Iedere dag gebruiken
Het lichaam maakt steeds weer nieuwe bloedcellen aan die kunnen samenklonteren. Daarom is het belangrijk dat u rivaroxaban elke dag inneemt. Zo remt u het ontstaan van bloedstolsels en is de kans op een beroerte kleiner.

Lees meer over beroerte . “

Trombosebeen

Als er schade is aan bloedvaten, kunnen we bloed verliezen. Als reactie klontert het bloed samen en vormt een bloedstolsel. Het bloedstolsel repareert de schade aan het bloedvat. Hierdoor stopt het bloeden.
Maar het bloedstolsel kan ook los raken van het bloedvat en in het bloed komen. Via het bloed kan het bloedstolsel ergens anders komen en een kleiner bloedvat afsluiten. Als dit bloedstolsel een bloedvat in het been afsluit, spreken we van een trombosebeen.
Bij een trombosebeen kan het bloed minder goed stromen en krijgt het been te weinig bloed. Ook kan een ader helemaal afgesloten zijn. Uw onderbeen kan dan dik, rood en pijnlijk zijn.

Oorzaak
Bloedstolsels kunnen ontstaan in ruwe, ontstoken of beschadigde bloedvaten. Dit kan bijvoorbeeld bij ernstige aderverkalking (atherosclerose). Ook na operaties, bij kunstmatige hartkleppen of vaatprothesen kunnen bloedstolsels ontstaan. Een bloedstolsel kan een bloedvat afsluiten, met soms ernstige gevolgen. Ook kan de bloedstroom losgeraakte stukjes bloedstolsel meevoeren die  verderop een bloedvat in het been afsluiten.

Werking
Rivaroxaban voorkomt de vorming van bloedstolsels. Van de werking van rivaroxaban voelt u zelf niets.

Iedere dag gebruiken
Het lichaam maakt steeds weer nieuwe bloedcellen aan die kunnen samenklonteren. Daarom is het belangrijk dat u rivaroxaban elke dag inneemt. Zo remt u het ontstaan van bloedstolsels en is de kans op een trombosebeen kleiner.

Lees meer over trombosebeen . “

Longembolie

Als er schade is aan bloedvaten, kunnen we bloed verliezen. Als reactie klontert het bloed samen en vormt een bloedstolsel. Het bloedstolsel repareert de schade aan het bloedvat. Hierdoor stopt het bloeden.
Maar het bloedstolsel kan ook los raken van het bloedvat en in het bloed komen. Via het bloed kan het bloedstolsel ergens anders komen en een kleiner bloedvat afsluiten. Als dit bloedstolsel een bloedvat in de longen afsluit, spreken we van een longembolie.
Bij een longembolie kan het bloed minder goed stromen en krijgen de longen te weinig bloed. Ook kan een ader helemaal afgesloten zijn. U gaat dan sneller ademen en heeft pijn met ademen. Ook kan het zijn dat u slijm met een beetje bloed ophoest.

Oorzaak
Bloedstolsels kunnen ontstaan in ruwe, ontstoken of beschadigde bloedvaten. Dit kan bijvoorbeeld bij ernstige aderverkalking (atherosclerose). Ook na operaties, bij kunstmatige hartkleppen of vaatprothesen kunnen bloedstolsels ontstaan. Een bloedstolsel kan een bloedvat afsluiten, met soms ernstige gevolgen. Ook kan de bloedstroom losgeraakte stukjes bloedstolsel meevoeren, die verderop een bloedvat in de longen afsluiten.

Werking
Rivaroxaban voorkomt de vorming van bloedstolsels. Van de werking van rivaroxaban voelt u zelf niets.

Iedere dag gebruiken
Het lichaam maakt steeds weer nieuwe bloedcellen aan die kunnen samenklonteren. Daarom is het belangrijk dat u rivaroxaban elke dag inneemt. Zo remt u het ontstaan van bloedstolsels en is de kans op een longembolie kleiner.

Lees meer over longembolie . “

Hartinfarct (hartaanval)

Oorzaak
Bij een hartinfarct krijgt een deel van het hart onvoldoende bloed. Meestal komt dit door een bloedstolsel in één van de bloedvaten die het hart van bloed voorzien. Het bloedvat raakt verstopt, waardoor een deel van het hart te weinig bloed krijgt. Dat deel van het hart raakt beschadigd en kan niet meer optimaal werken.

Voorkomen van een tweede hartaanval
Artsen schrijven soms rivaroxabanvoor om een tweede hartaanval te voorkomen. Rivaroxaban voorkomt de vorming van bloedstolsels, zodat niet zo snel opnieuw een bloedvat verstopt kan raken. Van de werking van rivaroxaban voelt u zelf niets.

Iedere dag gebruiken
Het lichaam maakt steeds weer nieuwe bloedcellen aan die kunnen samenklonteren. Daarom is het belangrijk dat u rivaroxaban elke dag inneemt. Zo remt u het ontstaan van bloedstolsels en is de kans op een hartaanval kleiner.

Lees meer over hartinfarct (hartaanval) . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Misselijkheid

    De tabletten van 15 en 20 mg moet u met wat voedsel innemen. Bij de tabletten van 10 mg hoeft dat niet, maar als u last van misselijkheid heeft is dat wel raadzaam. U heeft dan minder last van misselijkheid.

  • Bloeding na een operatie

    Meestal moet u een aantal uren voor de ingreep met dit medicijn stoppen. Overleg hierover met uw arts.

  • Vasthouden van vocht (oedeem)

  • Koorts

  • Jeuk, huiduitslag en tijdelijke blauwe plekken

  • Verhoogde kans op bloedingen. U merkt dat aan bloedneuzen, sneller bloeduitstortingen of blauwe plekken, ook zonder dat u zich hard stoot. Heeft u een maag- of darmzweer of een bloedingsziekte, zoals hemofilie? Dan heeft u meer kans op bloedingen. Deze bijwerking komt zeer zelden voor bij gebruik na knie- of heupoperatie.

    Dit komt doordat het bloed langzamer stolt en het dus langer duurt voordat een wondje stopt met bloeden. In de volgende gevallen moet u direct een arts waarschuwen: bloed in de urine, bloederige diarree, bloedspugen, bloed opgeven bij het hoesten, bloeding in het oog, vaginale bloeding, en elke andere bloeding die niet wil stoppen. Zeer zelden kan deze bijwerking ontstaan door een tekort aan bloedplaatjes. Waarschuw daarom uw arts als de klachten niet overgaan of als u zich zorgen maakt.

  • Maagdarmklachten, zoals buikpijn, diarree of verstopping. Deze bijwerking komt zeer zelden voor bij gebruik na knie- of heupoperatie.

    Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden of als u bloed bij de ontlasting ziet.

  • Hoofdpijn, duizeligheid en zeer zelden flauwvallen. Deze bijwerking komt zeer zelden voor bij gebruik na knie- of heupoperatie.

  • Bloedarmoede. Te merken aan extreme vermoeidheid, bleke huid en bleke slijmvliezen. Deze bijwerking komt zeer zelden voor bij gebruik na knie- of heupoperatie.

    Neem bij deze verschijnselen contact op met uw arts.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Droge mond

  • Vermoeidheid en een zwak gevoel

  • Kans op een hersenbloeding (beroerte). Heeft u al eerder een hersenbloeding gehad? U heeft dan meer kans om opnieuw een hersenbloeding te krijgen. Bespreek met uw arts of dit medicijn voor u geschikt is. Mensen met hoge bloeddruk hebben ook meer kans op een hersenbloeding.

    Als u dit medicijn gebruikt zal de arts uw bloeddruk regelmatig controleren en zo nodig medicijnen voorschrijven om de bloeddruk te verlagen. Heeft u plotseling last van een verdoofd gevoel of zwakte, vooral als u dat aan één kant van het lichaam heeft, plotselinge verwardheid, moeite met lopen of coördinatie, plotselinge ernstige hoofdpijn of duizeligheid? Waarschuw dan direct een arts.

  • Leveraandoeningen. U kunt dit merken aan een gevoelige, ogezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid.

    Waarschuw bij deze klachten uw arts.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk.

    Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts. Overgevoeligheid voor dit medicijn kan zich ook uiten in 'angio-oedeem': een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. In zeer zeldzame gevallen kan een ernstige huidaandoening ontstaan met koorts en blaarvorming. De blaren ontstaan met name op de lippen en op de slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen. In beide gevallen moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de eerstehulpdienst gaan. U mag dit soort middelen in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor rivaroxaban. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

  • Heeft u het antifosfolipidensyndroom en al eerder trombose gehad? U heeft dan meer kans op nieuwe tromboses.

    Overleg met uw arts of apotheker voor u dit medicijn gaat gebruiken.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik rivaroxaban gebruiken met andere medicijnen?

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere medicijnen kunnen het effect op de bloedstolling versterken, zoals acetylsalicylzuur, acenocoumarol en fenprocoumon. Gebruik deze medicijnen alleen samen met rivaroxaban als uw arts de combinatie bewust heeft voorgeschreven.
  • De ontstekingsremmende pijnstillers, zoals ibuprofen, naproxen, diclofenac, acetylsalicylzuur en celecoxib verhogen de kans op bloedingen in maag en darmen. Gebruik daarom liever paracetamol als pijnstiller. Die heeft dat nadeel niet. Als u toch rivaroxaban samen met een ontstekingsremmende pijnstiller moet gebruiken, wees dan extra alert en raadpleeg uw arts bij maagklachten. Meestal adviseert de arts u een maagbeschermer te slikken om maagklachten te voorkomen. Overleg met uw arts of dat bij u nodig is.
  • Medicijnen tegen onder andere tuberculose rifabutine en rifampicine. De hoeveelheid rivaroxaban in het bloed kan afnemen. Overleg hierover met uw arts. U krijgt mogelijk een ander medicijn.
  • Medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon. De hoeveelheid van rivaroxaban in het bloed kan afnemen door deze medicijnen. Overleg hierover met uw arts. U krijgt mogelijk een ander middel.
  • Sint-janskruid (hypericum), een kruidenmiddel tegen depressieve klachten. De werking van rivaroxaban kan afnemen. Overleg met uw arts.
  • Sommige medicijnen tegen hiv. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.
  • Sommige medicijnen tegen kanker. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat. De werking of bijwerkingen van deze medicijnen kunnen veranderen. Overleg hierover met uw arts.

Er zijn medicijnen waardoor de hoeveelheid rivaroxaban in het bloed kan stijgen. Hierdoor is niet alleen de werking sterker, maar zijn ook de bijwerkingen sterker. Raadpleeg uw arts als u een van deze combinaties voorgeschreven heeft gekregen. Mogelijk schrijft uw arts een ander middel voor.

  • De medicijnen tegen schimmelinfecties ketoconazol, itraconazol, voriconazol en fluconazol. Dit geldt niet voor medicijnen voor op de huid met ketoconazol. Gebruikt u fluconazol maar 1 dag? Of 1 keer per week? Dan kunt u het ook zonder problemen gebruiken.
  • De antibiotica claritromycine en erytromycine. Dit geldt niet voor medicijnen voor op de huid.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden?
Ja, dat kan. Dit medicijn heeft geen invloed op hoe goed u kunt autorijden.

alcohol drinken?
Alcohol heeft geen invloed op hoe dit medicijn werkt.

alles eten?
Bij dit medicijn kunt u beter niet te veel grapefruit eten, of grapefruitsap drinken. Dan is de kans op bijwerkingen namelijk groter.

Advies: niet meer dan 2 dagen per week grapefruit (sap) met ten minste 3 dagen ertussen.

  • Wilt u grapefruitsap drinken? Drink niet meer dan 2 dagen per week een glas grapefruitsap. En wacht elke keer dat u grapefruitsap heeft gedronken ten minste 3 dagen totdat u weer grapefruitsap drinkt.
  • Wilt u grapefruit eten? Eet niet meer dan 2 dagen per week 1 of 2 grapefruits. En wacht na elke keer dat u grapefruit hebt gegeten ten minste 3 dagen totdat u weer grapefruit eet.
    Dus: als u op maandag grapefruit eet, wacht dan tot donderdag met het opnieuw eten van grapefruit.

Bent u gewend om veel of vaak grapefruits te eten, of grapefruitsap te drinken? Bespreek dit dan met uw apotheker of arts. Misschien is er een ander medicijn dat u kunt gebruiken dat wel goed samengaat met grapefruit(sap). Voor meer informatie kunt u hier de folder downloaden.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Meld het aan uw arts en apotheker zodra u zwanger bent, of binnenkort wilt worden. Zo mogelijk kunt u overstappen op een ander medicijn.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk voor de baby is. Mogelijk kan de arts u een ander medicijn voorschrijven, waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek.

Wanneer?
U gebruikt dit medicijn 1 of 2 keer per dag. Het beste kunt u vaste tijdstippen kiezen, dan vergeet u minder snel een dosis, bijvoorbeeld 's ochtends en 's avonds bij het eten.

Als u geopereerd bent aan uw heup of knie: u begint meestal 6 tot 10 uur na de operatie.

Hoe lang?
Hoe lang u dit medicijn moet gebruiken hangt af van uw situatie:

  • om trombose na knieoperaties te voorkomen: meestal gedurende 2 weken na de operatie;
  • om trombose na heupoperaties te voorkomen: meestal gedurende 5 weken na de operatie;
  • om een trombosebeen te behandelen: meestal 2 keer per dag gedurende 3 weken, en daarna 1 keer per dag gedurende minstens 3 maanden of langer;
  • om trombose of een beroerte te voorkomen: in het algemeen moet u dit medicijn uw leven lang gebruiken.
  • na een hartinfarct: meestal gedurende ten minste 1 jaar.

« Terug naar het overzicht