Medische Encyclopedie – Apotheek Neumann – Gouda

Apotheek Neumann

Medische Encyclopedie

Inhoud

ruxolitinib

Ruxolitinib is een tyrosinekinaseremmer. Het is een doelgerichte kankerremmende stof ('targeted therapy'). Het remt de aanmaak van verkeerde bloedcellen.

Artsen schrijven het voor bij bepaalde vormen van kanker in het beenmerg.

Wat doet ruxolitinib en waarbij gebruik ik het?

Kanker

Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende aandoeningen, waarbij lichaamscellen zich ongeremd vermenigvuldigen. Het gevolg is tumoren (gezwellen) of afwijkingen in bloed en lymfebanen. Het is een ernstige ziekte die, als men er niets aan doet, fataal kan zijn.

Dankzij nieuw onderzoek is tegenwoordig goede behandeling voor veel soorten kanker mogelijk.

Artsen schrijven ruxolitinib voor bij bepaalde vormen van beenmergkanker, namelijk:

  • Polycytemia vera (ziekte van Vaquez Osler). Dit is een vorm van beenmergkanker, waarbij het beenmerg te veel bloedcellen aanmaakt. Het gevolg is dat het bloed stroperig wordt en niet goed kan doorstromen. Doordat het bloed niet goed meer doorstroomt, kan er eerder een bloedstolseltje ontstaan (trombose). Bijvoorbeeld in de hersenen (beroerte), longen (longembolie) of in een been (trombosebeen). Verder  kunnen bij sommige mensen bloedingen ontstaan.  Bijvoorbeeld bloedneuzen of een bloeding in de maag of darmen.
    Sommige patiënten hebben ook een vergrote milt. De milt probeert meer bloed aan te maken om het tekort aan normaal functionerende bloedcellen op te heffen. De vergrote milt veroorzaakt pijn in de bovenbuik.
  • Myelofibrose. Bij deze aandoening ontstaat in het beenmerg bindweefsel. Door dit bindweefsel is er in het beenmerg geen ruimte meer om bloedcellen aan te maken, zoals rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes. Door een tekort aan rode bloedcellen ontstaat bloedarmoede (anemie). Door te weinig witte bloedcellen is er meer kans op infecties. Door een tekort aan bloedplaatjes ontstaan bloedingen, bijvoorbeeld bloedneuzen, of bloedingen in maag of darmen. Bij myelofibrose kan ook een vergrote milt ontstaan met buikpijn.
    Andere verschijnselen zijn jeuk, koorts, nachtelijk zweten of botpijn.
    De ziekte verloopt meestal rustig. Het kan jaren duren voordat verschijnselen ontstaan.

Oorzaak
Bij polycytemia vera en myelofibrose is de afstemming ontregeld tussen de cellen in het beenmerg (de ‘bloedcelfabriek’)  en de bloedcellen die zich in het bloed bevinden.
Normaal geven de bloedcellen een signaal aan het beenmerg als er meer of minder bloedcellen nodig zijn. Dat signaal wordt verzorgd door enzymen van het type tyrosinekinase. Dit type enzymen speelt een rol bij de groei en vermeerdering van bloedcellen in  het beenmerg.

Myelofibrose kan ook het gevolg zijn van andere ziekten, zoals polycytemia vera, leukemie, multipel myeoloom (ziekte van Kahler) of lymfklierkanker.

Behandeling
De behandeling hangt af van het stadium van de ziekte. De arts kan medicijnen voorschrijven, zoals hydroxycarbamide. Bij miltvergroting kan de milt ook worden bestraald of verwijderd. Uiteindelijk kan men ook overgaan op beenmergtransplantatie. Dan wordt het eigen beenmerg vervangen door het beenmerg van een donor.

Bij sommige mensen kan de arts ruxolitinib voorschrijven. Bijvoorbeeld als u hydroxycarbamide niet verdraagt of als dit niet werkt.

Werking
Ruxolitinib remt bepaalde soorten enzymen van het type tyrosinekinase. Hierdoor worden weer gezonde bloedcellen in de juiste hoeveelheden aangemaakt.
U merkt het effect binnen enkele weken tot maanden. De milt wordt weer kleiner, u heeft minder buikpijn en voelt zich minder moe.
 

Lees meer over kanker . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

  • Bloedafwijkingen. Uw arts zal uw bloed elke 2 tot 4 weken controleren. Waarschuw uw arts als u een van de volgende verschijnselen merkt:
    Bloedarmoede door een tekort aan rode bloedcellen. U merkt dat aan extreme vermoeidheid en een bleke huid.
    Bloedingen, zoals bloedneuzen en blauwe plekken, door een tekort aan bloedplaatjes. Zelden bloedingen in maag of darmen, hersenbloeding. Waarschuw uw arts bij zwarte, teerachtige ontlasting of bloed in de ontlasting, en bij aanhoudende hoofdpijn of verlammingsverschijnselen.
    Meer infecties, zoals ontsteking van het tandvlees, blaren in de mond, schimmelinfecties, steenpuisten, gordelroos, longontsteking of blaasontsteking. Dit komt door een tekort aan witte bloedcellen. Heeft u tuberculose of heeft u dat gehad? U mag dit medicijn alleen gebruiken, als de tuberculose genezen is of goed wordt behandeld.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Verhoogde bloeddruk, duizeligheid, hoofdpijn.
  • Te veel cholesterol of andere bloedvetten.
  • Zwaarder worden. Is dit een probleem voor u? Raadpleeg dan uw arts of een diëtist.
  • Verstopping, winderigheid. U kunt dit voorkomen door veel te drinken en vezelrijke voeding te gebruiken, zoals volkorenproducten en groenten.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Huidkanker. Uw arts zal uw huid regelmatig controleren. Het is belangrijk elke huidverandering te melden aan uw arts.
  • Opvlammen van een hepatitis-B-virusinfectie. Neem contact op met uw arts als u hepatitis B heeft of bij een gele kleur van uw huid of oogwit of bij pijn boven in de buik.
  • Zeer kleine kans op een ernstige virusinfectie in de hersenen (dit heet PML). U merkt dit aan vermoeidheid, spierkrampen en gevoelstoornissen, zoals tintelingen. Waarschuw dan uw arts.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik ruxolitinib gebruiken met andere medicijnen?

Dit middel heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Vaccins, zoals bof-mazelen-rodehondvaccin (BMR), gelekoortsvaccin, rotavirusvaccin en BCG-vaccin. Ruxolitinib vermindert de werkzaamheid van deze vaccins en kan de kans op bijwerkingen ervan verhogen. Gebruik deze vaccinaties NIET. Overleg hierover met uw arts.
  • Andere vaccins, zoals influenzavaccin, tetanusvaccin en vaccin tegen baarmoederhalskanker, werken minder goed door ruxolitinib. Overleg met uw arts. Soms kan in uw bloed onderzocht worden of het vaccin goed heeft gewerkt. Soms zal uw arts voorstellen een extra vaccinatie te geven.
  • Acenocoumarol en fenprocoumon, antistollingsmiddelen. Meld het aan de trombosedienst als u ruxolitinib gaat gebruiken, als de dosering wijzigt of als u gaat stoppen met ruxolitinib.
  • Fluconazol, een medicijn tegen schimmels en gisten. Fluconazol kan de bijwerkingen van ruxolitinib sterker maken. Overleg met uw arts. Mogelijk kan uw arts de dosering van ruxolitinib verlagen. Gebruikt u fluconazol 1 keer per week of alleen 1 keer? Dan kunt dit meestal zonder probleem tegelijk gebruiken met ruxolitinib.
  • Sommige medicijnen tegen hiv en hepatitis C. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.
  • Sommige medicijnen tegen kanker. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat. De werking of bijwerkingen van deze medicijnen kunnen veranderen. Overleg hierover met uw arts.

De volgende medicijnen verminderen de werking van ruxolitinib. Mogelijk past uw arts de dosering aan. Of controleert de werking van ruxolitinib. Overleg hierover met uw arts. Als u stopt met het medicijn duurt het een paar weken totdat dit effect op ruxolitinib weg is.

  • Bosentan, een medicijn dat wordt gebruikt bij pulmonale arteriële hypertensie, een ernstige vorm van hoge bloeddruk in de longen.
  • Hypericum (sint-janskruid), een kruidenmiddel tegen depressieve klachten.
  • De medicijnen tegen tuberculose rifampicine en rifabutine.
  • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon. Sommige van deze medicijnen worden ook gebruikt bij zenuwpijn en manische depressie.
  • Mitotaan, een medicijn tegen de ziekte van Cushing en bijnierschorskanker.

Sommige medicijnen kunnen de bijwerkingen van ruxolitinib versterken. Overleg met uw arts als u een van de volgende medicijnen gebruikt.

  • Claritromycine en erytromycine, antibiotica.
  • Itraconazol en voriconazol, medicijnen tegen schimmelinfecties.
  • Ketoconazol, een medicijn tegen de ziekte van Cushing.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden en alcohol drinken?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

alles eten?

Bij dit medicijn kunt u beter niet te veel grapefruit eten, of grapefruitsap drinken. Dan is de kans op bijwerkingen namelijk groter.

Advies: niet meer dan 2 dagen per week grapefruit (sap) met ten minste 3 dagen ertussen.

  • Wilt u grapefruitsap drinken? Drink niet meer dan 2 dagen per week een glas grapefruitsap. En wacht elke keer dat u grapefruitsap heeft gedronken ten minste 3 dagen totdat u weer grapefruitsap drinkt.
  • Wilt u grapefruit eten? Eet niet meer dan 2 dagen per week 1 of 2 grapefruits. En wacht na elke keer dat u grapefruit hebt gegeten ten minste 3 dagen totdat u weer grapefruit eet.
    Dus: als u op maandag grapefruit eet, wacht dan tot donderdag met het opnieuw eten van grapefruit.

Bent u gewend om veel of vaak grapefruits te eten, of grapefruitsap te drinken? Bespreek dit dan met uw apotheker of arts. Misschien is er een ander medicijn dat u kunt gebruiken dat wel goed samengaat met grapefruit(sap). Voor meer informatie kunt u hier de folder downloaden.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Overleg met uw arts. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Er zijn niet veel zwangere vrouwen die dit medicijn hebben gebruikt. Daarom is niet zeker wat de risico's van dit medicijn zijn voor zwangere vrouwen en hun kind. Misschien kunt u overstappen op een ander medicijn. Een medicijn waarvan bekend is dat het wel veilig is tijdens de zwangerschap.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u borstvoeding geeft. Het is niet bekend of het in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk is voor de baby. Misschien kunt u overstappen op een ander medicijn. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Wanneer?
U gebruikt ruxolitinib 2 keer per dag. Neem de tabletten in op vaste tijdstippen, bijvoorbeeld bij het ontbijt en bij de avondmaaltijd. U vergeet dan minder snel een dosis.

Hoelang?
U kunt ruxolitinib meerdere maanden of jaren gebruiken. Uw arts zal uw bloed regelmatig onderzoeken om te controleren of de behandeling het gewenste effect heeft.

« Terug naar het overzicht